Binnenkort
| • Oud papier actie maandag 21 mei |
| • Studiedag vrijdag 25 mei |
| • Pinksteren zondag 27 mei |
| 3. Wat leren wij de kinderen |
|
|
De opzet van het basisonderwijs3.1. De onderbouw (groep 1 & 2)Wij vinden het belangrijk dat een 4-jarige kleuter voorlopig nog een kleuter blijft: kleuters moeten spelen en werken op het niveau dat bij hun leeftijd en ontwikkeling past. In deze context besteden wij veel aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling, de creativiteit en de motorische ontwikkeling. Spelen is de belangrijkste activiteit. Kinderen leren zich te concentreren op hun spel en leren samen te spelen. Aan de ontwikkeling van de taal wordt grote zorg besteed: spreken en luisteren vormen een vast onderdeel van het dagelijks programma en de vorderingen van de kinderen worden structureel bijgehouden. Wat weet een kind al? Welke begrippen beheerst het kind al? Hoe staat het met de zinsbouw? Hoe gebruikt het kind zijn taalvaardigheden in de praktijk? Het programma "Schatkist" biedt ons gestructureerd ondersteuning bij deze taalontwikkeling. Wij zorgen ervoor dat van ieder kind de woordenschat wordt uitgebreid en dat aan begrippen inhoud wordt gegeven. Kinderen leren de betekenis kennen van begrippen die te maken hebben met tijd en ruimte; ze leren hun gedachten en wensen goed onder woorden te brengen en raken spelenderwijs vertrouwd met alle vormen van communicatie. We leren de kleuters om zelfstandig te worden. Dat gaat met kleine stapjes, die door de leerkrachten begeleid, gestimuleerd en geregistreerd worden. Aan de creatieve ontwikkeling van de kleuters besteden wij alle aandacht: tekenen, schilderen, handvaardigheid en muziek staan dagelijks op het programma. Bij alles geldt: een kind moet zich prettig en veilig voelen, pas dan komt het tot leren. Thematisch werkenIn de kleutergroepen wordt gewerkt rond thema's. We denken dan aan de seizoengebonden thema's, zoals jaargetijden: lente, zomer, herfst, en winter. Schatkist biedt ons per seizoen thema's, ankers genoemd. B.v. herfst: dieren, boeken en een nieuw schooljaar (thema herfst). Kortom: onderwerpen die kleuters aanspreken en die deel uitmaken van hun belevingswereld komen aan de orde. Binnen die thema's wordt gespeeld en gewerkt. De aandachtspunten die hierboven genoemd zijn, komen dan aan de orde. Werken in groepjesEr wordt regelmatig in groepjes gewerkt en gespeeld. Kinderen zijn op hetzelfde moment met ver-schillende activiteiten bezig. Ze leren te kiezen wat ze willen, leren zich te concentreren en er is tijd voor intensieve begeleiding van die kinderen die met iets moeilijks bezig zijn. Na afloop van het werken en spelen in groepjes is er tijd voor het uitwisselen van ervaringen. RegistratieVan elke kleuter wordt structureel en inzichtelijk bijgehouden aan welke activiteiten hij/zij heeft deelgenomen. Ook worden de vorderingen geregistreerd: wat kan hij of zij al? Zo ontstaat er een duidelijk beeld van de ontwikkeling van elke kleuter. Aan de hand van observatiesystemen en CITO toetsen wordt 2 maal per jaar de ontwikkeling van de leerling gevolgd. BuitenspelenBij droog weer gaan de kleuters één of twee keer per dag naar buiten. De leerkrachten begeleiden de kinderen bij de keuze van het materiaal en bij hun spel. Er is een grote hoeveelheid speelmateriaal voor in de zandbak en een ruime keuze in karren en driewielers. De motorische ontwikkeling en het leren samenspelen zijn belangrijke doelstellingen van dit onderdeel van de dag. En natuurlijk gewoon lekker buiten spelen! De speelzaalBij minder goed weer spelen de kinderen in de speelzaal. Hierin staat veel materiaal dat bedoeld is om kleuters te leren springen, klimmen, kruipen, gooien, vangen, duikelen en rollen. De voorbereiding op het lezen, schrijven en rekenenDe oudste kleuters worden op een gestructureerde maar speelse manier voorbereid op het onderwijs in groep 3. Er wordt aandacht besteed aan de taalvaardigheid, de fijne motoriek, aan het beheersen van hoeveelheden en getallen en aan begrippen die nodig zijn bij het leren lezen. Daarbij houden we nauwlettend in de gaten in welke ontwikkelingsfase de kinderen zitten, zodat we de stof en het materiaal kunnen aanbieden waar de kinderen aan toe zijn. 3.2 De onderbouw (groep 3)Lezen en taalIn groep 3 wordt veel aandacht besteed aan de verdere taalontwikkeling. (o.a. m.b.v. Ik Mik Lore-land). Als de kleuters naar groep 3 gaan, beheersen ze die vaardigheden die nodig zijn om te kunnen leren lezen, schrijven en rekenen. De vorderingen van de kinderen zijn bijgehouden en worden doorgegeven aan de leerkrachten van groep 3. Zij weten dus in welke ontwikkelingsfase de kinderen zitten en wat ze al weten en kunnen. Vanuit deze beginsituatie wordt er verder gewerkt. Voor het aanvankelijk lezen maken we gebruik van de methode "veilig leren lezen". De vorderingen van de kinderen worden m.b.v. leestesten en begrijpend lezen/spelling van de CITO gevolgd. RekenenNa de nodige voorbereidingen in groep 2, beginnen we in groep 3 met het "echte" rekenen. Onze rekenmethode is "De wereld in Getallen". Dit is een realistische rekenmethode. Dit betekent dat deze methode uitgaat van situaties in het dagelijks leven, waarvan rekenen een onderdeel is. Daarnaast worden de kinderen gestimuleerd om zelf te zoeken naar een manier om sommen uit te rekenen. Door kennis te maken met verschillende manieren waarop dat kan, leren ze uiteindelijk ook wat de handigste en beste manier is. Naast bovengenoemde leerstofgebieden is er in groep 3 natuurlijk veel meer: schrijven, wereldverkenning, tekenen, handvaardigheid, muzikale vorming en gymnastiek. Alle leerstofgebieden sluiten aan bij de ervaringen en de werkvormen in de kleutergroepen. De aansluiting met het onderwijs in de hogere groepen wordt daarbij natuurlijk niet uit het oog verloren. 3.3 Midden- en bovenbouw (groep 4 t/m 8)Aan het einde van groep 3 begint het karakter van het onderwijs minder speels te worden: er worden meer eisen gesteld aan de werkhouding en de concentratie en het leertempo wordt geleidelijk verhoogd d.m.v. een takenbord of weektaakblad kunnen de kinderen een werkje kiezen (het zelfstandig werken). Er zijn iedere week diverse opdrachten die tijdens het zelfstandig werken uitgevoerd kunnen worden. Deze opdrachten sluiten aan bij de lessen elders in de week. Maar altijd zorgen we ervoor dat de creativiteit, spontaniteit en eigen inbreng van de kinderen een belangrijke plaats blijven innemen. 3.4 LezenVanaf groep 4 wordt het technisch lezen verder ontwikkeld. Er wordt regelmatig getoetst en naar aanleiding van deze toetsuitslagen lezen de kinderen van groep 3 vanaf februari/maart in groepjes (niveaulezen) in boekjes, die bij hun niveau aansluiten. Daarnaast is er een voortgezet technisch leesmethode "Tekstverwerken". Aan het eind van groep 6 hebben vrijwel alle kinderen het technisch lezen tot en met het eindniveau onder de knie. Naast dit technisch lezen wordt er tot en met groep 8 aandacht besteed aan het begrijpend lezen / studerend lezen met behulp van lees teksten van Nieuwsbegrip. 3.5 TaalmethodeDe methode Taal Actief bestaat uit de leerlijnen taal en spelling en een leerlijn woordenschat voor meertalige en taalzwakke kinderen. Het is een complete methode met optimale afstemming tussen alle onderdelen. Er is ruime aandacht voor het taalzwakke, het meertalige en het taalvaardige kind. Daarnaast is de methode leerkrachtvriendelijk van opzet met en heldere structuur (een instapweek, thema weken, parkeerweken en een afsluitweek) en veel handreikingen voor de leerkracht. Ook zijn er meer differentiatie mogelijkheden op genomen. Daarbij kunt u denken aan preventieve zorg (preteaching en verlengde instructie), internetlessen voor de taalvaardige leerlingen en de inzet van de computer als middel om kinderen zelfstandiger te laten werken en feedback op maat te geven. Alle contexten, illustraties en voorbeelden zijn voor kinderen herkenbaar en afgestemd op hun leef- en belevingswereld. De leerdoelen worden aangeboden in voor kinderen betekenisvolle situaties. Het lees niveau van de ankerverhalen sluit aan bij het leesniveau van de kinderen. Binnen de leerlijn spelling wordt het computerprogramma aangeboden als integraal onderdeel van die leerlijn. De aspecten van taalbeschouwing, stellen, luisteren, spreken en gesprek komen in het uitbreidingsdeel geïntegreerd aan de orde in plaats van in aparte lessen. 3.6 EngelsReal English is onze methode Engels voor groep 6, 7 en 8. De kinderen komen op een speelse manier met een groot aantal Engelse woorden en zinnetjes in aanraking. De methode werkt m.b.v. cd en een werkboek waarin de kinderen datgene wat in de les aan de orde is gekomen op een speelse manier verwerken. 3.7 RekenenDe methode "Wereld in getallen" biedt elke leerling de uitdaging om aan de slag te gaan met realistische rekenproblemen. De bedoeling is dat ze door middel van het zoeken naar handige oplossingsmethoden uiteindelijk komen tot het hanteren van standaard oplossingen. De betekenis van het rekenen in de dagelijkse praktijk wordt tijdens de rekenlessen steeds duidelijk gemaakt. De methode biedt aan alle kinderen de mogelijkheid vanuit hun eigen niveau te werken en hun individuele rekencapaciteiten te ontwikkelen. 3.8 WereldverkenningHet leren kennen van de wereld begint met het verkennen van je eigen omgeving: de school, de buurt, je lichaam, kleding, voedsel en je eigen geschiedenis. In de groepen 1 en 2 is dit verkennen al duidelijk in het onderwijsprogramma opgenomen. Naarmate de kinderen zich verder ontwikkelen, wordt de wereld waarin zij leven steeds groter: de methode en de lesmaterialen die we daarbij o.a. gebruiken zijn: "wijzer door de wereld" "wijzer door de tijd", nieuws uit de natuur en t.v. weekjournaal. 3.9 BurgerschapsvormingSinds 2006 is burgerschapsvorming officieel in de wet opgenomen. Het is aan de school om zelf te bepalen hier mee om te gaan. Begrippen die hierbij gebruikt worden zijn:
Er wordt met ingang van het cursusjaar gewerkt met de methode Verstand van Nederland voor de groepen 7 en 8. In de anderen groepen komen facetten binnen de diverse methoden aan de orde. 3.10 GodsdienstIn de roosters is ruimte gelaten voor het volgen van godsdienst. U moet dit vooral zien in het kader van wereldoriëntatie en algemene ontwikkeling. De lessen worden onder schooltijd gegeven en duren 45 minuten. De kinderen volgen deze lessen op basis van vrijwilligheid. 3.11 Werkstukken en spreekbeurtenEen onderdeel van de wereldverkenning is het maken van een werkstuk en het houden van een spreek-beurt. Kinderen vanaf groep 5/6 mogen zelf een onderwerp bepalen en in de bibliotheek, op internet of in het documentatiecentrum materiaal zoeken dat zij kunnen gebruiken. Op deze manier komen zij meer te weten over hun hobby's en andere onderwerpen die hun belangstelling hebben. Het houden van spreekbeurten en het maken van werkstukken heeft nog enkele doelen: het gericht zoeken naar en selecteren van informatie, o.a. via bibliotheek en internet, het ontwikkelen van de schriftelijke en mondelinge taalvaardigheid en het leren verzorgen en presenteren van een zelf gekozen onderwerp. 3.12 Gymnastiek en zwemmenOok in de midden- en bovenbouw blijft bewegingsonderwijs belangrijk. De gymnastieklessen worden vanaf groep 3 door de vakleerkracht verzorgd. Er wordt aandacht besteed aan allerlei vormen van beweging: lopen, springen, rollen, kruipen, duikelen, zwaaien, klimmen en natuurlijk ook aan sport en spel, waarbij gooien en vangen uitgebreid aan de orde komen. Ook het samenspelen, speltechniek, tactiek, omgaan met winnen en verliezen zijn wezenlijke elementen van het bewegingsonderwijs. In groep 4 gaan de kinderen eenmaal per week naar zwemles. Degenen, die al een zwemdiploma hebben, kunnen hun vaardigheden verder ontwikkelen. Voor de kinderen die nog geen diploma hebben, vormt schoolzwemmen de mogelijkheid om hun diploma's alsnog te halen. 3.13 Creatieve vormingHet ontwikkelen en stimuleren van de creativiteit en de kunstzinnige aanleg bij kinderen is een onderdeel van ons onderwijs. Op school begint creativiteit in de poppenhoek en eindigt met de musical van groep 8. Creativiteit is een begrip dat je bij alle leerstofgebieden tegenkomt: het bedenken van spelletjes in de zandbak, het zoeken naar oplossingen voor rekenproblemen en het vertellen van een verhaal. Daarnaast kennen we natuurlijk de kunstzinnige creativiteit: tekenen, schilderen, handvaardigheid en toneelspelen. 3.14 NablijvenDe groepsleerkracht houdt zich het recht voor om een leerling (bij hoge uitzondering) na schooltijd op school te houden om zijn / haar werk af te laten maken of een gesprek te hebben. Het spreekt vanzelf dat u als ouder daarvoor telefonisch tijdig op de hoogte wordt gebracht. |







